ECLI:NL:CRVB:2007:BB1135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuw feiten of omstandigheden
Appellant, werkzaam in de sector Bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon, dat aanvankelijk te laag was vastgesteld vanwege een fout in de werkinstructies van het UWV. De Raad overweegt dat het feit dat het UWV in het verleden onjuist heeft gehandeld, geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad stelt dat het UWV terecht heeft besloten om herzieningen alleen toe te passen vanaf de datum van het verzoek en niet met terugwerkende kracht. Dit beleid is gebaseerd op een zorgvuldige belangenafweging en het belang van rechtszekerheid. Appellant had de mogelijkheid om eerder bezwaar te maken, wat niet is gebeurd.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en nationale en internationale anti-discriminatiebepalingen faalt eveneens. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Leeuwarden en wijst het hoger beroep af.
De uitspraak is gedaan door G. van der Wiel en uitgesproken op 2 augustus 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot terugwerkende herziening van het WW-dagloon wordt bevestigd.