ECLI:NL:CRVB:2007:BB1145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht
Appellant was werkzaam in de sector Bouwnijverheid en ontving een WW-uitkering waarbij het dagloon aanvankelijk werd vastgesteld op €142,53, later gewijzigd naar €125,06. Na ontdekking van een fout in de dagloonvaststelling door het UWV, verzocht appellant om herziening van het dagloon met terugwerkende kracht. Dit verzoek werd afgewezen omdat de fout niet werd beschouwd als een nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het UWV het dagloon alleen mag herzien voor nog lopende uitkeringen vanaf de datum van het verzoek en niet met terugwerkende kracht. De Raad acht de belangenafweging van het UWV zorgvuldiger en evenwichtig en wijst het beroep van appellant af. Tevens faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere aangevoerde gronden.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en het vereiste van nieuw gebleken feiten voor herziening van bestuursbesluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van het UWV om het WW-dagloon met terugwerkende kracht te herzien wordt bevestigd.