ECLI:NL:CRVB:2007:BB1192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk na tegemoetkoming Uwv in WAZ-uitkeringsgeschil
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uwv handhaafde aanvankelijk een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, maar na tussenkomst van de rechtbank werd het besluit vernietigd en moest het Uwv een nieuw besluit nemen.
In het nieuwe besluit stelde het Uwv de arbeidsongeschiktheid vast op 80 tot 100%, waarmee het tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Appellant bevestigde dat hiermee zijn bezwaren waren weggenomen. De Raad besloot daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van een belang bij verdere beoordeling.
Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant, omdat het Uwv zijn standpunt had gewijzigd en daarmee het geschil had doen vervallen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het Uwv met een nieuw besluit volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant.