ECLI:NL:CRVB:2007:BB1210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAZ-uitkering toe te kennen per 30 november 2002, omdat zij haar eigen werk als zelfstandig caféhoudster niet meer kon verrichten, maar volgens het UWV wel geschikt was voor andere functies met een loonwaarde die haar eerdere inkomen vrijwel benaderde.
De Raad ging uit van de feiten vastgesteld door de rechtbank en beoordeelde de medische onderbouwing van het besluit. Appellante stelde dat haar arbeidsbeperkingen op psychisch vlak en maximale werktijd door het UWV waren onderschat, onderbouwd met een brief van een externe verzekeringsarts en een verklaring van haar huisarts. De Raad vond echter dat deze brief geen voldragen medische rapportage was en onvoldoende onderbouwing gaf voor de aangenomen beperkingen.
Ook het betoog dat appellante niet over het vereiste opleidingsniveau beschikte, werd verworpen, aangezien zij meerdere diploma's had behaald en de functies geen MAVO-diploma vereisten. Het UWV had tijdens het hoger beroep de motivering van het besluit gewijzigd, omdat de oorspronkelijke motivering niet voldeed aan artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit wegens onvoldoende draagkrachtige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.