ECLI:NL:CRVB:2007:BB1234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 18 juni 2003 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de belastbaarheid en geschiktheid voor functies medisch verantwoord waren vastgesteld, en wees het beroep van appellante af.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, waaronder twijfel over de registratie van de arts die het oorspronkelijke medisch onderzoek uitvoerde. De Raad stelde vast dat deze arts wel in het BIG-register stond ingeschreven met het specialisme verzekeringsgeneeskunde, maar liet in het midden of dit op het moment van onderzoek ook zo was. Desondanks werd het gebrek in het primaire onderzoek hersteld door het bezwaaronderzoek van een geregistreerde bezwaarverzekeringsarts.
De Raad concludeerde dat de vastgestelde belastbaarheid zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de functies medisch passend waren. Ook het bezwaar over taalvaardigheid werd verworpen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.