ECLI:NL:CRVB:2007:BB1256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-beoordeling arbeidsongeschiktheid kapster
Appellante, voormalig kapster, werd arbeidsongeschikt verklaard door het UWV na klachten aan de linkerarm en hand. Het UWV stelde haar beperkingen vast en herzag haar WAO-uitkering naar een lager percentage. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat ook haar rechterarm beperkingen vertoonde, wat onvoldoende was meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de medische gegevens onvoldoende steun boden voor de aangenomen beperkingen aan de rechterzijde en dat de arbeidskundige onderbouwing adequaat was. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen bleven in stand conform artikel 8:72, derde lid van de Awb.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 juli 2007.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.