ECLI:NL:CRVB:2007:BB1366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellante staakte haar werkzaamheden als administratief medewerkster wegens psychische klachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag af omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk en andere functies binnen haar beperkingen. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij medische rapporten en deskundigenverklaringen werden betrokken.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet in staat was tot loonvormende arbeid en vroeg zij een onafhankelijk medisch onderzoek. De Raad achtte de medische onderbouwing van de psychiater onvoldoende en vond dat het UWV onvoldoende gemotiveerd had waarom appellante geschikt zou zijn voor haar eigen werk en andere functies. Het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige bood pas in hoger beroep voldoende onderbouwing.
De Raad vernietigde het besluit wegens strijdigheid met het motiveringsbeginsel (art. 7:12 Awb Pro), maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen en tijdige motivering bij arbeidsongeschiktheidsschattingen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot afwijzing van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.