ECLI:NL:CRVB:2007:BB1377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische herbeoordeling
Appellante, werkzaam als cassière, meldde zich in 1990 ziek vanwege een antifosfolipiden syndroom en ontving sindsdien een WAO-uitkering. In het kader van de vijfdejaars herbeoordeling werd zij in 2003 medisch onderzocht door verzekeringsarts H. Oderkerk, die haar geschikt achtte voor passend werk met beperkingen. De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies en berekende een gering verlies aan verdienvermogen. Het UWV trok daarop de WAO-uitkering in per 14 juli 2004.
Appellante maakte bezwaar en voerde een medische achteruitgang aan, onderbouwd met medische informatie van behandelend specialisten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de medische informatie geen nieuwe feiten bevatte en dat het UWV niet verplicht was nadere informatie bij behandelend artsen in te winnen. Ook de arbeidskundige onderbouwing werd door de rechtbank aanvaard.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad achtte de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit toereikend onderbouwd en verwierp het beroep. De Raad merkte op dat appellante niet bereid was de medische informatie te verstrekken en dat de aanvullende medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad zag geen reden voor proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.