ECLI:NL:CRVB:2007:BB1497
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in februari 2006 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer met toekenning van een periodieke uitkering en toeslag. Hij baseerde zijn aanvraag op lichamelijke en psychische klachten die hij toeschrijft aan zijn internering in verschillende kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Verweerster wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de wettelijke eis van blijvende invaliditeit ten gevolge van oorlogsletsel. Deze afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar. Medische adviezen concludeerden dat de psychische klachten licht waren zonder impact op het dagelijks leven en dat de ernstige lichamelijke klachten verband hielden met het verlies van de rechterlong door een schietincident in 1959, niet met oorlogsletsel.
De Raad vond geen medische onderbouwing voor een verband tussen de darmklachten en de internering. Appellant bracht zelf geen aanvullende medische stukken in. De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 juli 2007.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsletsel.