ECLI:NL:CRVB:2007:BB1606
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij beëindiging arbeidsongeschiktheidsuitkering
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de beëindiging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Verzoeker stelde dat hij door het wegvallen van de uitkering in ernstige financiële en sociale problemen verkeert, mede door hoge ziektekosten vanwege de ziekte van Crohn en de zorg voor twee kinderen. Hij gaf aan geen andere inkomsten te hebben en schulden te hebben opgebouwd.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie en dat het inkomen van zijn partner, hoewel beperkt, niet leidde tot een onhoudbare noodsituatie. Ook werd overwogen dat de wetgever schorsende werking toekent aan bezwaar en beroep tegen dergelijke besluiten, waardoor het spoedeisend belang ontbrak.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.