ECLI:NL:CRVB:2007:BB1621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen die hem hoofdelijk aansprakelijk stelde voor de door de besloten vennootschap verschuldigde premies over de jaren 2000 tot en met 2002. Het UWV had dit besluit gehandhaafd op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). De rechtbank oordeelde dat het onbetaald blijven van de premieschuld mede het gevolg was van kennelijk onbehoorlijk bestuur door appellant.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Hoewel appellant na januari 2000 geen feitelijke werkzaamheden meer verrichtte voor de vennootschap, kan hij zich niet beroepen op taakverdeling of taakverwaarlozing van een medebestuurder. De Raad benadrukt dat bestuurders collectief verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van de rechtspersoon.
De Raad verwijst naar de vaste jurisprudentie dat bestuurders aansprakelijk zijn voor het bestuur, ook als zij pas achteraf kennis nemen van wanbeheer. Daarnaast is een medebestuurder eveneens hoofdelijk aansprakelijk gesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant als bestuurder voor onbetaalde premies wordt bevestigd.