ECLI:NL:CRVB:2007:BB1639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering door eigen risicodrager
Appellant is sinds 1 juli 2004 eigen risicodrager ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het UWV heeft een bedrag van €5.108,59 teruggevorderd wegens een aan een (ex-)werknemer van appellant verstrekte WAO-uitkering over de periode van 1 juli 2004 tot 12 februari 2006.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat het UWV het terugvorderingsbedrag voldoende had gemotiveerd en dat artikel 87e van de WAO het bezwaar tegen de vaststelling van de WAO-uitkering door de werkgever uitsluit. De rechtbank zag daarom geen noodzaak voor het overleggen van rapporten van verzekeringsartsen of arbeidsdeskundigen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en wijst erop dat appellant de mogelijkheid had om het toekenningsbesluit op grond van artikel 87e WAO aan te vechten, maar hiervan geen gebruik heeft gemaakt. Het hoger beroep wordt dan ook verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.