ECLI:NL:CRVB:2007:BB1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid en motivering in hoger beroep
Appellant verzocht om een WAO-uitkering die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant in staat was functies te vervullen die het inkomensverlies onder de 15% hielden.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn specialist hem vanwege longproblemen niet inzetbaar achtte en dat de rapportage van de arbeidsdeskundige onvoldoende gemotiveerd was. De Raad oordeelde dat de medische onderzoeken van het UWV zorgvuldig waren en dat er geen aanleiding was een externe deskundige te benoemen.
De Raad constateerde echter dat de motivering van het besluit aanvankelijk niet voldeed aan de eisen van artikel 7:12 Awb Pro, omdat niet duidelijk was waarom bepaalde overschrijdingen geen belemmering vormden. Na aanvullende motivering in hoger beroep werd het besluit alsnog als toereikend beschouwd.
De Centrale Raad vernietigde daarom het bestreden besluit wegens gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.