ECLI:NL:CRVB:2007:BB1698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 6 februari 2004, waarin haar aanvraag voor een WAO-uitkering werd geweigerd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 25 mei 2004 ongegrond verklaard en de rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing in haar uitspraak van 18 juli 2005. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts zorgvuldig was en dat appellante geschikt was voor haar eigen werk als accountmanager.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere grieven herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad onderschreef de medische beoordeling en het oordeel dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren met ingang van 22 december 2003. Appellante was niet verschenen bij de zitting van 24 juli 2007, en het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.