ECLI:NL:CRVB:2007:BB1708

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5179 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 18 februari 2004 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Maastricht oordeelde dat de belastbaarheid van appellante niet was overschat en dat de geselecteerde functies passend waren, mede op basis van medische adviezen.

In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden aangevoerd tegen de geschiktheid van de functies. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank, zowel wat betreft de arbeidskundige als de medische beoordeling. Er zijn geen nieuwe medische gegevens die het standpunt van appellante ondersteunen.

De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van het bestreden besluit en bevestigt de intrekking van de uitkering. De procedure werd behandeld zonder aanwezigheid van appellante, die niet is verschenen bij de zitting.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

05/5179 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 13 juli 2005, 04/2146 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. D. Koeleman, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 juli 2007. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Wal.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 7 januari 2004 heeft het Uwv de uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van appellante met ingang van 18 februari 2004 ingetrokken onder overweging dat appellante met ingang van die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt in de zin van die wet was.
Tegen dit besluit is namens appellante bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 9 november 2004, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft, kort gezegd, geoordeeld dat de belastbaarheid van appellante op de datum in geding, 18 februari 2004, niet is overschat en dat de vaststelling van die belastbaarheid op zorgvuldige wijze, waarbij de behandelend artsen zijn geraadpleegd, tot stand is gekomen. De op basis van die belastbaarheid voor appellante geselecteerde functies acht de rechtbank voor haar geschikt.
Hetgeen in hoger beroep van de zijde van appellante is aangevoerd komt erop neer dat appellantes belastbaarheid zou zijn overschat.
Er zijn geen medische gegevens aangedragen die aan dat standpunt van appellante steun geven. Een door mr. Koeleman overgelegd krantenknipsel over een verhoogd operatierisico bij operaties aan de mitralisklep merkt de Raad niet als zodanig aan, al was het maar omdat een dergelijke operatie bij appellante reeds lang voor de datum in geding heeft plaatsgevonden.
Voor het overige oordeelt de Raad dat aan de eigen opvatting van appellante en haar gemachtigde over haar geschiktheid om te kunnen werken geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend, nu die opvatting onvoldoende steun vindt in de beschikbare medische gegevens.
In hoger beroep zijn geen afzonderlijke grieven tegen het oordeel van de rechtbank over de geschiktheid van appellante voor de geselecteerde functies aangevoerd. De Raad overweegt dat hij in lijn met zijn uitspraak van 17 april 2007, LJN: BA2955, wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak over de medische geschiktheid van de geselecteerde functies onderschrijft.
De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.
MR