ECLI:NL:CRVB:2007:BB1709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beslissing over aard brief als besluit en ontvankelijkheid bezwaar eigen risicodragerschap WAO
In deze zaak stond centraal of een brief van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) aan belanghebbende, waarin werd meegedeeld dat zij als eigen risicodraagster verantwoordelijk is voor de betaling van een WAO-uitkering, een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt. De rechtbank had het bezwaar van belanghebbende tegen dit besluit niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij de brief niet als een besluit kwalificeerde.
De Centrale Raad van Beroep stelde in hoger beroep vast dat de brief wel degelijk een besluit is, omdat het een betalingsverplichting oplegt op grond van artikel 75a van de WAO. Dit oordeel wijkt af van eerdere uitspraken van de Raad, maar sluit aan bij de jurisprudentie van oktober 2006. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug ter verdere behandeling.
De Raad overwoog dat het feit dat de betalingsverplichting voortvloeit uit de wet niet uitsluit dat de brief een besluit is dat bezwaar en beroep toelaat. Er waren geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 31 juli 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor verdere afdoening.