ECLI:NL:CRVB:2007:BB1710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vanaf 10 februari 2004. De rechtbank Utrecht vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand op grond van artikel 8:72 lid 3 Awb Pro.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat haar belastbaarheid niet was overschat en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Zij voerde aan dat het besluit op medische gronden vernietigd had moeten worden zonder instandhouding van de rechtsgevolgen.
De Raad overweegt dat appellante haar medische stellingen onvoldoende heeft onderbouwd met medische gegevens van artsen. De beschikbare informatie biedt voldoende basis voor het oordeel dat het UWV haar belastbaarheid niet heeft overschat. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank over de medische geschiktheid van de functies en wijst de grieven over taalvaardigheid af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas en uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellante niet heeft overschat en de geselecteerde functies medisch geschikt zijn.