ECLI:NL:CRVB:2007:BB1786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onduidelijke urenbeperking en onvoldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als trainer/adviseur, kreeg een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 65 tot 80%, waarbij een urenbeperking van 20 tot 30 uur per week werd gehanteerd.
Diverse medische rapporten, waaronder die van een bedrijfsarts, een verzekeringsarts en een psychiater, gaven inzicht in de beperkingen van appellant, met name op psychiatrisch gebied. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden een verlies aan verdienvermogen van circa 70% vast. De rechtbank onderschreef dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de kwaliteit van het primaire verzekeringsgeneeskundige onderzoek onvoldoende is gewaarborgd en dat de urenbeperking van 20 tot 30 uur per week te onduidelijk is om een juiste mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Hierdoor kan het besluit niet in stand blijven. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.