Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BB1907

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5276 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks beperkingen

Appellant, een zelfstandig binnenschipper, vroeg in oktober 2003 een WAZ-uitkering aan wegens pijn- en vermoeidheidsklachten die zijn werkzaamheden belemmerden. Na medisch onderzoek stelde een verzekeringsarts beperkingen vast als gevolg van bronchitis, fibromyalgie, hypertensie en adipositas, en legde deze vast in een Functionele Mogelijkheden Lijst.

Een arbeidsdeskundige selecteerde op basis van deze beperkingen voorbeeldfuncties en berekende het verlies aan verdiencapaciteit op 0%. Het Uwv weigerde daarop bij besluit van 24 december 2003 de WAZ-uitkering toe te kennen. Het bezwaar van appellant werd bij besluit van 28 juni 2004 ongegrond verklaard.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant ondanks zijn beperkingen nog in staat was om de geselecteerde functies te verrichten, waarmee hij een inkomen kon verwerven dat toekenning van een WAZ-uitkering uitsloot. Gezien het nihil maatgevend inkomen van appellant kon een WAZ-uitkering niet worden toegekend.

De Raad vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde de aangevallen uitspraak. Appellant was niet verschenen bij de zitting van 18 juli 2007. De uitspraak werd op 15 augustus 2007 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellant voldoende verdiencapaciteit heeft ondanks zijn beperkingen.

Uitspraak

05/5276 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 15 juli 2005, 04/745
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.J.A. Aerts, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli 2007. Appellant is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. H. van Wijngaarden.
II. OVERWEGINGEN
Appellant was sedert 1 juli 2000 werkzaam als zelfstandig binnenschipper. In oktober 2003 heeft hij een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) aangevraagd omdat hij zijn werkzaamheden wegens pijn- en vermoeidheidsklachten niet meer kon verrichten. Na medisch onderzoek heeft een verzekeringsarts de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair vastgesteld op
1 januari 2001. Hij concludeerde dat appellant als gevolg van bronchitis, fibromyalgie, hypertensie en adipositas beperkingen had en legde die vast in een Functionele Mogelijkheden Lijst. Op basis daarvan selecteerde een arbeidsdeskundige functies uit het Claim Boordelings- en Borgingssysteem en berekende het verlies aan verdiencapaciteit op 0%. In overeenstemming hiermee heeft het Uwv bij besluit van 24 december 2003 geweigerd appellant een WAZ-uitkering toe te kennen. Het tegen dat besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 28 juni 2004 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Namens appellant is in hoger beroep aangevoerd dat hij vanwege medisch objectiveerbare aandoeningen geen duurzaam benutbare mogelijkheden voor arbeid heeft.
De Raad volgt dit standpunt niet. De beschikbare medische en andere informatie ondersteunt de claim van appellant niet. Appellant heeft geen medische informatie overgelegd die twijfel doet rijzen aan het oordeel van de (bezwaar)verzekeringsarts. Aannemelijk is dat appellant beperkingen voor arbeid heeft, maar met die beperkingen kan hij, naar hij zelf heeft verklaard, een deel van zijn eigen werk nog uitvoeren. Hij vaart nog als binnenschipper, zij het dat een deel van de werkzaamheden wordt verricht door een matroos.
De Raad is van oordeel dat appellant met zijn beperkingen op de datum in geding in staat moest worden geacht de door de arbeidsdeskundige geselecteerde voorbeeldfuncties machinaal metaalbewerker, elektronica monteur, wikkelaar/samensteller en productiemedewerker textiel te verrichten. Met die functies kon appellant een zodanig inkomen verwerven dat hem geen WAZ-uitkering toekwam. De Raad merkt hierbij nog op dat, gelet op de omstandigheid dat het maatgevend inkomen van appellant nihil was, een beoordeling voor de WAZ hoe dan ook niet tot toekenning van een uitkering kon leiden.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.S.E. Wulffraat-van Dijk.
De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. van Netten als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2007.
(get.) M.S.E. Wulffraat-van Dijk.
(get.) A. van Netten.
JL