ECLI:NL:CRVB:2007:BB1926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- A. van Netten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 45-55% na medische herbeoordeling
Appellante was werkzaam als kinderleidster en viel in 2000 uit wegens de ziekte van Pfeiffer. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van aanvankelijk 55 tot 65%, later bijgesteld naar 45 tot 55% na bezwaar van de werkgever.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze vaststelling ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat haar medische situatie is verslechterd en dat haar beperkingen onvoldoende zijn erkend, onderbouwd met een rapport van een zenuwarts uit 2005.
De Raad oordeelt dat het besluit is gebaseerd op zorgvuldig medisch onderzoek waarbij ook huisarts- en psycholooggegevens zijn betrokken. Het rapport van de zenuwarts kan geen rol spelen omdat het niet betrekking heeft op de datum van het bestreden besluit. De Raad acht appellante met haar beperkingen in staat om de geselecteerde functies te vervullen.
Daarom is de vaststelling van 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid terecht en wordt het hoger beroep afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.