ECLI:NL:CRVB:2007:BB2051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing UWV over weigering WAO-uitkering wegens procedurele onvolkomenheden
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om een WAO-uitkering te weigeren omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Het UWV had eerder een WAO-uitkering toegekend, maar deze ingetrokken nadat bleek dat de toekenning op een onjuiste grondslag was gebaseerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door ook het intrekkingsbesluit te beoordelen.
De Raad oordeelt dat het bezwaar van appellant niet gericht was tegen het intrekkingsbesluit, waardoor het besluit op bezwaar terecht alleen betrekking had op de weigering van de WAO-uitkering. Vanwege de in verschillende procedurestadia vastgestelde onvolkomenheden vernietigt de Raad het besluit op bezwaar en verklaart het beroep gegrond. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen dat recht doet aan de overwegingen in deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van een bedrag van € 644 voor in beroep verleende rechtsbijstand en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Appellant was niet verschenen bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigde van het UWV.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt gelast een nieuw besluit te nemen.