ECLI:NL:CRVB:2007:BB2057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over voortzetting WAO-uitkering wegens onduidelijke motivering
Appellant ontvangt sinds 21 april 2001 een WAO-uitkering wegens longklachten, vastgesteld op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Na detentie en nieuwe klachten stelde het UWV in 2004 een ongewijzigde voortzetting van de uitkering vast. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard omdat klachten tijdens een niet-verzekerde periode niet tot uitkering leiden.
De Raad constateert dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Onzekerheid bestaat over de precieze strekking van het besluit: voortzetting of heropening van de uitkering, en over de datum waarop dit besluit betrekking heeft. Tevens ontbreekt voldoende informatie over het ontstaan van nieuwe klachten, waaronder psychische aandoeningen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en reiskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.