ECLI:NL:CRVB:2007:BB2115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beoordeling en geschiktheid functies
Appellante, laatstelijk werkzaam als directiesecretaresse, viel in april 1998 uit wegens gezondheidsklachten en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2004 stelde de primaire verzekeringsarts vast dat zij duurzaam benutbare mogelijkheden had zonder urenbeperking, met beperkingen gericht op rustige, overzichtelijke werkzaamheden.
Het Uwv herzag de uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid en selecteerde passende functies met een verlies aan verdienvermogen van minder dan 25%. Appellante maakte bezwaar tegen deze beoordeling en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat zij de functies niet kon vervullen en dat de motivering onvoldoende was. Tevens voerde zij een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad acht het medisch onderzoek zorgvuldig, wijst het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en oordeelt dat de geselecteerde functies passend zijn, ook na schrapping van een functie waarvoor een diploma vereist is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er geen ongelijke behandeling is gebleken.
De Raad concludeert dat de herziening van de WAO-uitkering terecht is en dat appellante in staat wordt geacht de geselecteerde functies te vervullen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.