ECLI:NL:CRVB:2007:BB2307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid
Appellante, werkzaam als kamermeisje, ontving vanaf 1 mei 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 4 februari 2003 in, omdat zij volgens het UWV met geschikte functies minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende onderbouwing in bezwaarfase, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betwistte appellante dat haar beperkingen juist waren verwerkt in de functionele mogelijkhedenlijst en dat zij de voorgestelde functies kon verrichten. Het UWV stelde dat zij geschikt was voor diverse functies zoals inpakker en telefonist. De Raad oordeelde dat de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd dat appellante deze functies kon vervullen, ook gezien haar opleiding en beperkingen.
Hoewel niet alle bezwaren volledig waren beantwoord, vond de Raad dat de schatting van de arbeidsongeschiktheid op een voldoende basis berustte. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 4 februari 2003 wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.