ECLI:NL:CRVB:2007:BB2344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en geschiktheid arbeidsplaatsen
Betrokkene was sinds juli 1998 wegens knieklachten arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100%. In 2004 werd de uitkering herzien naar 25 tot 35%, omdat betrokkene weer werkzaamheden kon verrichten met beperkingen. De rechtbank had het bezwaar van betrokkene tegen deze herziening gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende aannemelijkheid dat de voorgeschreven oefeningen van zes tot acht uur per dag gecombineerd konden worden met werk.
Appellant stelde in hoger beroep dat er geen medische noodzaak bestond voor zo’n omvangrijke oefening en dat betrokkene voldoende gelegenheid had om te bewegen tijdens werk en vrije tijd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant hiermee terecht stelde dat de medische noodzaak tot zes tot acht uur bewegingsoefeningen per dag niet objectief-medisch onderbouwd was. Ook werd bevestigd dat betrokkene in staat werd geacht de functies te vervullen die ten grondslag lagen aan de schatting van de arbeidsmogelijkheden.
Verder werd geoordeeld dat de functies voldoen aan de eis van ten minste drie functies met minimaal dertig arbeidsplaatsen, ondanks een aanvankelijke automatische afwijzing van een functie op grond van knielen of hurken. Na herbeoordeling door een bezwaararbeidsdeskundige bleken alle drie functies passend. De Centrale Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.