ECLI:NL:CRVB:2007:BB2348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening besluit nabestaandenuitkering zonder nieuwe feiten
Appellant verzocht om herziening van een besluit uit 1999 waarbij hem een nabestaandenuitkering werd toegekend met terugwerkende kracht van één jaar. Hij wilde deze uitkering over een langere periode toegewezen krijgen. De Sociale verzekeringsbank wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en ook in hoger beroep werd dit oordeel bevestigd. Appellant voerde aan dat hij destijds niet wist dat hij recht had op de uitkering, maar dit werd niet als nieuw feit beschouwd. Er was ook geen bewijs dat hij tijdig bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit.
De Raad benadrukte dat een verzoek tot herziening alleen kan slagen als er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die tot een andere beslissing kunnen leiden. Argumenten over onwetendheid zijn geen nieuwe feiten. Daarom is het beroep van appellant verworpen en blijft het oorspronkelijke besluit van kracht.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot toekenning van de nabestaandenuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.