ECLI:NL:CRVB:2007:BB2349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na betaling AOW-pensioen
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Betrokkene was overleden tijdens de procedure, maar de erven wilden de procedure voortzetten.
De rechtbank had geoordeeld dat het ouderdomspensioen, dat in februari 2003 was geschorst, inmiddels was uitbetaald over de periode tot en met mei 2003 inclusief vakantie-uitkering. Hierdoor was het procesbelang komen te vervallen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan omdat appellanten geen inhoudelijke gronden tegen dit oordeel hebben aangevoerd.
De Raad heeft ook overwogen dat de wettelijke rente over de nabetaling aan appellanten zal worden vergoed. Gezien het ontbreken van nieuwe grieven en het feit dat de betaling heeft plaatsgevonden, kan het hoger beroep niet slagen.
De Raad besluit de aangevallen uitspraak te bevestigen en ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen volgens artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door rechter T.L. de Vries en uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd wegens ontbreken van procesbelang na betaling van het pensioen en rente.