ECLI:NL:CRVB:2007:BB2370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, met ingang van 26 oktober 2004 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat appellant niet onder behandeling was ten tijde van het onderzoek. De Raad verwijst naar deze overwegingen en onderschrijft deze.
In hoger beroep betwist appellant de geschiktheid voor de hem voorgehouden functies, omdat deze functies samenwerking met collega’s vereisen en een hoge concentratie en handelingstempo vragen, wat volgens hem niet verenigbaar is met zijn beperkingen. De Raad stelt vast dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening houdt met zijn beperkingen en dat appellant zijn standpunt niet met actuele medische gegevens heeft onderbouwd.
De arbeidskundige beoordeling vermeldt een overschrijding van de belastbaarheid bij de functie productiemedewerker beton (sbc-code 262100) vanwege frequent buigen tot 460 keer per uur, terwijl maximaal 300 keer per uur als toelaatbaar werd beschouwd. Deze overschrijding is niet nader toegelicht en de Raad besluit deze functie te schrappen. Dit heeft geen effect op de arbeidsongeschiktheidsklasse, omdat voldoende vergelijkbare functies overblijven.
De Raad ziet geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en acht geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd, met uitzondering van het schrappen van één functie wegens overschrijding belastbaarheid.