ECLI:NL:CRVB:2007:BB2383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake terugvordering WAO-uitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot terugvordering van een teveel betaalde Ziektewet-uitkering van €1.451,24. Het UWV had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en betaling ineens geëist. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat de besluiten rechtens onaantastbaar waren.
In hoger beroep heeft appellante duidelijkheid gevraagd over de hoogte van het teruggevorderde bedrag. Het UWV gaf aan dat na het bezwaar een betalingsregeling van €50 per maand was getroffen, waarvan inmiddels €1.054,44 was betaald. Ter zitting overhandigde appellante een besluit van het UWV van 21 april 2005 waarin het UWV akkoord ging met de betalingsregeling via verrekening.
De Raad overwoog dat dit latere besluit impliceert dat het oorspronkelijke besluit niet langer wordt gehandhaafd. Appellante erkende dat het bedrag inmiddels geheel was afgelost en had geen belang meer bij beoordeling van het oorspronkelijke besluit. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en zag geen reden het beroep mede te richten tegen het latere besluit. Tevens werd opgemerkt dat het UWV zich zal inspannen voor nadere opheldering over het invorderingsbedrag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestreden besluit niet langer wordt gehandhaafd en appellante geen belang meer heeft.