ECLI:NL:CRVB:2007:BB2449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering WAO-uitkering wegens overschrijding termijn
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 15 december 2005 waarin een WAO-uitkering werd geweigerd. Het bezwaar werd op 21 februari 2006 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van deze termijn.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het besluit onjuist aan hem was gericht en dat de brief van 24 januari 2006 als bezwaarschrift moest worden aangemerkt. Tevens stelde hij dat persoonlijke problemen, waaronder ziekenhuisopnamen van hemzelf en zijn vrouw, de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.
De Raad oordeelde dat het besluit rechtsgeldig aan appellant was bekendgemaakt en dat de bezwaartermijn strikt is. De brief van 24 januari 2006 bevatte geen bezwaren tegen het besluit en kon niet als bezwaarschrift worden aangemerkt. Hoewel persoonlijke problemen bestonden, was niet aannemelijk dat appellant niet tijdig een bezwaarschrift kon indienen of hulp kon inschakelen. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.