ECLI:NL:CRVB:2007:BB2542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onzorgvuldig medisch onderzoek
Betrokkene ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een medische en arbeidskundige herbeoordeling werd betrokkene geacht te kunnen werken in geselecteerde functies, waarna de WAO-uitkering werd ingetrokken. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering, met name omtrent de toepassing van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
In hoger beroep stelde betrokkene dat hij meer beperkt was dan het UWV aannam, onderbouwd met een rapport van een medisch adviseur en het feit dat het UWV later een hogere mate van arbeidsongeschiktheid toekende. De Raad oordeelde dat het besluit berust op onzorgvuldig medisch onderzoek, mede omdat de arts die het onderzoek deed geen geregistreerd verzekeringsarts was en de bezwaarverzekeringsarts betrokkene niet zelf onderzocht had.
Daarnaast werd geoordeeld dat de motivering van het UWV bij overschrijding van normaalwaarden in het CBBS onvoldoende transparant en inzichtelijk was, waardoor het besluit niet voldeed aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vernietigde het bestreden besluit en beval het UWV een nieuw besluit te nemen na een zorgvuldig medisch onderzoek door een geregistreerd verzekeringsarts, met aandacht voor de door betrokkene aangevoerde bezwaren.
De Raad veroordeelde het UWV tevens tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan betrokkene. Het hoger beroep van het UWV werd afgewezen, waarmee het oordeel van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege onzorgvuldig medisch onderzoek en onvoldoende motivering; het UWV moet een nieuw besluit nemen na medisch onderzoek door een geregistreerd verzekeringsarts.