ECLI:NL:CRVB:2007:BB2587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens te late ziekmelding in Ziektewet-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een door het UWV opgelegde maatregel van 10% korting op zijn Ziektewet-uitkering over de periode van 12 tot en met 26 januari 2005 vanwege het te laat melden van zijn ziekte. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank stelde vast dat appellant zich niet binnen de gestelde termijn ziek had gemeld, waardoor een snelle controle door het UWV werd belemmerd.
De brief van 14 januari 2004 werd niet als ziekmelding beschouwd omdat deze geen eerste ziektedag vermeldde. Ook de beoordeling door verzekeringsartsen in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering deed hieraan niet af. De hoogte en omvang van de maatregel waren niet in geschil en er was geen dringende reden in de zin van artikel 45, vierde lid, ZW.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn grieven, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het besluit van het UWV onjuist te achten. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde de aangevallen uitspraak ongewijzigd. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door M.S.E. Wulffraat-van Dijk en op 29 augustus 2007 in het openbaar uitgesproken. Appellant was niet aanwezig bij de zitting van 18 juli 2007.
Uitkomst: De opgelegde maatregel van 10% korting op de Ziektewet-uitkering wegens te late ziekmelding wordt bevestigd.