ECLI:NL:CRVB:2007:BB2595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens geschiktheid voor reguliere arbeid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar een Wajong-uitkering te weigeren, omdat zij volgens haar psycholoog alleen onder beschutte omstandigheden kan werken. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden echter vast dat zij in staat is eenvoudige, niet aan een lopende band verrichte werkzaamheden te verrichten met een aangepast werktempo en beperkte begeleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat uit de medische gegevens en het functioneren bij een supermarkt bleek dat zij niet zodanig beperkt is dat zij geen reguliere arbeid kan verrichten. Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, maar de Raad volgde de eerdere beoordeling.
De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellante niet zodanig zijn dat permanente intensieve begeleiding noodzakelijk is en dat zij met een aangepast werktempo en onder normale arbeidsomstandigheden kan functioneren. Het functioneren bij de supermarkt en de medische rapportages gaven onvoldoende aanleiding om het besluit te vernietigen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.