ECLI:NL:CRVB:2007:BB2598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De rechtbank liet een onafhankelijk medisch onderzoek uitvoeren door zenuwarts Boeykens, die de belastbaarheid van appellante vaststelde volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De rechtbank nam dit oordeel over en stelde vast dat appellante geschikt was voor drie functies met een vergelijkbare verdiencapaciteit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar eigen psychiater De Jong een ernstiger ziektebeeld en volledige arbeidsongeschiktheid vaststelde. Ook stelde zij dat zij niet zelfstandig kon reizen en niet voor haar kinderen kon zorgen. De Raad heeft de verschillende medische rapporten en reacties uitgebreid gewogen en concludeerde dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige Boeykens zorgvuldig en toereikend was.
De Raad oordeelde dat appellante op de datum in geding in staat was om de voorgestelde functies te vervullen en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg. Daarom was de intrekking van de WAO-uitkering terecht en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat zij geschikt is voor passende functies met minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit.