ECLI:NL:CRVB:2007:BB2613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellante, een studente met chronisch vermoeidheidssyndroom, vroeg in 2001 een Wajong-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering per 31 augustus 2002 op basis van een medisch onderzoek dat beperkingen vaststelde en een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 25%.
Na bezwaar werd de eerste arbeidsongeschiktheidsdag gewijzigd naar 31 augustus 2001, maar de uitkering bleef geweigerd. Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek ontoereikend was en dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, met name omdat onvoldoende rekening was gehouden met het effect van medicatie op de gezondheidstoestand. Ook ontbrak een deugdelijke motivering. Daarom werd het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de Wajong-uitkering te weigeren wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek en gebrekkige motivering.