ECLI:NL:CRVB:2007:BB2683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 12 januari 2004, omdat het UWV had vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de procedure werd een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek ingesteld door deskundige Kemperman, die concludeerde dat appellante medisch gezien meer beperkt was dan eerder vastgesteld, met name op psychosociale aspecten. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd daarop aangescherpt.
Desondanks concludeerde de bezwaararbeidsdeskundige dat de aan appellante voorgehouden functies binnen deze aangescherpte FML passen en dat er geen sprake is van duurzaam benutbare beperkingen die recht geven op een hogere WAO-uitkering.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen proceskosten toe te wijzen. De intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand omdat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor behoud van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.