ECLI:NL:CRVB:2007:BB2696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds december 1999 een volledige WAO-uitkering ontving wegens klachten aan hoofd, nek en schouder, werd in het kader van een herbeoordeling door een andere verzekeringsarts onderzocht. Op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst werd vastgesteld dat appellant geschikt was om zijn eigen werk volledig te verrichten, waarna zijn WAO-uitkering per 17 augustus 2003 werd ingetrokken.
In de bezwaarfase stelde de bezwaararbeidsdeskundige echter dat het eigen werk niet passend was, maar concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid slechts 1,5% bedroeg, wat onvoldoende is voor een WAO-uitkering. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat medische informatie te laat was opgevraagd en dat hij niet door een bezwaarverzekeringsarts was onderzocht, en dat een rapport van de gemeente Haarlem ten onrechte buiten beschouwing was gelaten. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat een lichamelijk onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts niet altijd vereist is, en dat het rapport van de gemeente onvoldoende medische onderbouwing bevatte.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Haarlem en verklaarde het hoger beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling toe te passen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.