ECLI:NL:CRVB:2007:BB2707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 6 januari 2004 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De Raad overwoog dat appellant onvoldoende medische verklaringen had overgelegd waaruit blijkt dat hij op de datum in geding meer beperkingen had dan vastgesteld in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 10 oktober 2003. Hoewel appellant psychische klachten aanvoerde, ontbrak het aan onderbouwing en reactie van de betrokken Riagg-instelling, waardoor het UWV niet verplicht was aanvullend onderzoek te verrichten.
De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid zorgvuldig en gemotiveerd heeft vastgesteld en dat er geen sprake is van verlies aan verdiencapaciteit. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, en er is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde arbeidsongeschiktheid.