ECLI:NL:CRVB:2007:BB2709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging UWV-besluit over WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit omdat de schatting van de arbeidsongeschiktheid ontbrak aan een deugdelijke arbeidskundige onderbouwing, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat zij oordeelde dat appellante medisch gezien in staat was om de voorbeeldfuncties te vervullen met een verlies aan verdienvermogen van niet meer dan 3,1%.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV haar medische beperkingen had onderschat, maar bracht geen nieuwe gezichtspunten naar voren. Een aanvullende verklaring van behandelaars bood geen steun voor haar stelling.
Appellante kondigde een second opinion aan over haar maagklachten, maar leverde geen rapportage aan. De Raad zag daarom geen reden om het hoger beroep toe te wijzen en sprak geen proceskostenveroordeling uit.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.