ECLI:NL:CRVB:2007:BB2709

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-3810 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging UWV-besluit over WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit omdat de schatting van de arbeidsongeschiktheid ontbrak aan een deugdelijke arbeidskundige onderbouwing, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat zij oordeelde dat appellante medisch gezien in staat was om de voorbeeldfuncties te vervullen met een verlies aan verdienvermogen van niet meer dan 3,1%.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV haar medische beperkingen had onderschat, maar bracht geen nieuwe gezichtspunten naar voren. Een aanvullende verklaring van behandelaars bood geen steun voor haar stelling.

Appellante kondigde een second opinion aan over haar maagklachten, maar leverde geen rapportage aan. De Raad zag daarom geen reden om het hoger beroep toe te wijzen en sprak geen proceskostenveroordeling uit.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

05/3810 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 mei 2005, 04/3595 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 31 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. A. Bosveld, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 20 juli 2007. Appellante is verschenen bij haar gemachtigde mr. A. Bosveld voornoemd. Het Uwv was, zoals tevoren is bericht, niet vertegenwoordigd.
II. OVERWEGINGEN
Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreidere weergave van de feiten en omstandigheden die in dit geding van belang zijn, volstaat de Raad met het volgende.
Evenals in beroep ligt thans in hoger beroep ter beantwoording de vraag voor of het Uwv bij besluit van 11 november 2004, waarbij hij heeft gehandhaafd zijn besluit van
25 juni 2004, terecht en op goede gronden met ingang van 18 (de rechtbank ging abusievelijk uit van 17) februari 2004 - in aansluiting op het einde van de wachttijd - appellante geen uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) heeft toegekend, op de grond dat appellante ten tijde van belang minder dan 15 % arbeidsongeschikt is te achten.
Bij de aangevallen uitspraak is het bestreden besluit door de rechtbank vernietigd op de grond dat de onderwerpelijke schatting eerst hangende beroep alsnog is voorzien van een deugdelijke arbeidskundige onderbouwing. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit zijn daarbij evenwel in stand gelaten, omdat naar het oordeel van de rechtbank bij het bestreden besluit ten aanzien van appellante terecht is vastgesteld dat zij op medische gronden naar objectieve maatstaven gemeten op de datum in geding in staat was om de haar voorgehouden voorbeeldfuncties op één na (na het vervallen van die ene functie bleven er nog voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen over om de schatting te kunnen dragen) te vervullen en het verlies aan verdienvermogen op de datum in geding niet groter is dan 3,1%.
Appellante heeft in hoger beroep uitsluitend aangevoerd dat de rechtbank heeft miskend dat het Uwv de ernst en omvang van haar medische beperkingen op de datum in geding heeft onderschat. De onderbouwing die appellante heeft gegeven voor haar hoger beroep vormt in essentie een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd. Nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht. Hangende hoger beroep heeft appellante nog een verklaring overgelegd van psychiater K. Simis en sociaal psychiatrisch verpleegkundige M. Bekker, gedateerd 9 mei 2007. Simis en Bekker zijn werkzaam voor Bavo Europoort, waar appellante van oktober 2003 tot maart 2005 wegens psychische klachten onder behandeling is geweest. Naar het oordeel van de Raad biedt ook hun verklaring geen enkele steun voor de stelling dat het Uwv de ernst en omvang van de medische beperkingen van appellante op de datum in geding heeft onderschat. Zij beperken zich namelijk tot het vermelden van een (reeds eerder bekende) diagnose en een korte beschrijving in algemene termen van de toegepaste behandelmethode.
Wat haar maagklachten betreft, in verband waarmee zij op 18 februari 2004 een gastroscopie heeft ondergaan, heeft appellante in hoger beroep aangekondigd zich voor een second opinion te zullen wenden tot een onafhankelijke arts en een rapportage in het geding te zullen brengen. Een zodanige rapportage is evenwel niet overgelegd.
De Raad onderschrijft de door de rechtbank gehanteerde overwegingen en maakt deze tot de zijne. Gelet op het voorgaande beantwoordt de Raad de hiervoor geformuleerde rechtsvraag dus evenals de rechtbank bevestigend.
Dit betekent dat het hoger beroep van appellante faalt en dat de aangevallen uitspraak door de Raad moet worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling uit te spreken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2007.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.
MK