ECLI:NL:CRVB:2007:BB2711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens voldoende belastbaarheid
Appellante was laatstelijk werkzaam als schoonmaakster en viel in 1985 uit wegens diverse klachten waaronder zwangerschapsklachten, psychische klachten en hoofdpijn. Het UWV beëindigde haar WAO-uitkering per 27 april 2004 op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsartsen voldoende was, maar vond de arbeidskundige motivering aanvankelijk onvoldoende. Tijdens de procedure werd dit aangevuld, waarna de rechtbank het besluit in stand liet. In hoger beroep richtte appellante zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en de motivering van de arbeidsdeskundige.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de medische beperkingen van appellante niet waren onderschat. De klachten zoals migraine, stress en nekbeperkingen werden erkend, maar de verzekeringsartsen hadden deze meegenomen in hun beoordeling. Appellante overlegde geen nieuwe informatie die aanleiding gaf tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid op de datum in geschil. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak bevestigt het besluit van het UWV en handhaaft de beëindiging van de WAO-uitkering. De Raad benadrukt dat de bezwaren van appellante onvoldoende onderbouwd zijn om het besluit te wijzigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot beëindiging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.