ECLI:NL:CRVB:2007:BB2780

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-3369 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
  • J.Th. Wolleswinkel
  • J.H. van Kreveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken oorzakelijk verband psychische klachten politiedienst

Appellant, voormalig medewerker van de politieregio Brabant-Noord, vorderde schadevergoeding voor psychische klachten die hij zou hebben opgelopen tijdens zijn politiedienst, met name gerelateerd aan gebeurtenissen op Schiphol die verband houden met het neerstorten van een PanAm-vliegtuig bij Lockerbie in 1988.

De korpsbeheerder wees het verzoek af, hetgeen door appellant werd aangevochten bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet aannemelijk was dat er een oorzakelijk verband bestond tussen de psychische klachten en de dienstgerelateerde gebeurtenissen. Ook werden geen excessieve omstandigheden vastgesteld die tot schade zouden hebben geleid.

In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bevestigd. Appellant bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die het eerdere oordeel konden wijzigen. De Raad zag daarom geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en wees ook een vergoeding van proceskosten af.

De uitspraak bevestigt dat voor toekenning van schadevergoeding een duidelijk oorzakelijk verband tussen de dienst en de klachten vereist is, en dat dit in deze zaak niet is aangetoond.

Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een oorzakelijk verband tussen de psychische klachten en de dienstgerelateerde gebeurtenissen.

Uitspraak

06/3369 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 27 april 2006, 04/2712 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Korpsbeheerder van de politieregio Brabant-Noord (hierna: korpsbeheerder)
Datum uitspraak: 23 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2007. Appellant is in persoon verschenen. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.A. Bouwman, werkzaam bij de politieregio Brabant-Noord.
Appellant heeft ter zitting nog een paar stukken overgelegd.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.
1.1. Appellant was laatstelijk werkzaam bij voormelde politieregio en is met ingang van 1 mei 1994 ontslagen wegens ongeschiktheid voor de uitoefening van zijn functie als gevolg van ziekte.
1.2. Medio 2003 heeft appellant de korpsbeheerder gevraagd hem de schade te vergoeden die hij stelt te hebben geleden door psychisch belastende ervaringen tijdens de uitoefening van de politiedienst. Daarbij heeft hij met name gewag gemaakt van gebeurtenissen tijdens de dienst op de luchthaven Schiphol, die direct te maken zouden hebben met het neerstorten van een PanAm-vliegtuig bij Lockerbie (Schotland) op 21 december 1988.
1.3. Bij besluit van 31 oktober 2003, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit van 29 juli 2004, heeft de korpsbeheerder dit verzoek afgewezen.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat gezien de resultaten van door de korpsbeheerder verricht onderzoek niet aannemelijk is geworden dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de psychische klachten van appellant en hetgeen hem op Schiphol zou zijn overkomen. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken dat appellant in de uitoefening van zijn werkzaamheden blootgesteld is geweest aan excessieve omstandigheden die psychische of andere schade ten gevolg hebben gehad.
3.1. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank en de overwegingen die zij daaraan ten grondslag heeft gelegd.
Appellant heeft in hoger beroep geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een ander licht op de zaak werpen.
3.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en J.H. van Kreveld als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2007.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) M.J.H. van Baalen.
HD