ECLI:NL:CRVB:2007:BB2860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezagsverhouding tussen tandarts en praktijkhouder voor verzekeringsplicht
Appellante liet twee tandartsen werkzaamheden verrichten in haar praktijk op basis van praktijkwaarneming en zelfstandigheidsverklaringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde dat deze tandartsen verplicht verzekerd zijn ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten vanwege een gezagsverhouding.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat er inderdaad een gezagsverhouding bestond en verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stond deze beoordeling centraal. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en voegde toe dat het feit dat de tandartsen zelfstandig werkten niet uitsluit dat er een gezagsverhouding was, mede omdat het werken in de praktijk als een proeftijd gold voor toetreding tot de maatschap.
De Raad concludeerde dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat er geen verschil in zeggenschap bestond tussen appellante en de tandartsen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er een gezagsverhouding bestaat en dat de tandartsen verplicht verzekerd zijn onder de sociale werknemersverzekeringswetten.