ECLI:NL:CRVB:2007:BB3034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens herstel en geen functionele belemmeringen
Appellant meldde zich ziek wegens hoofdpijn, draaiduizeligheid en schildklierproblemen, maar werd na onderzoek door verzekeringsartsen hersteld verklaard en geschikt bevonden voor zijn werk als fabrieksarbeider. Het UWV besloot daarom het ziekengeld stop te zetten per 21 juli 2003.
In de bezwaar- en beroepsfase werden medische rapporten en verklaringen van internisten en bezwaarverzekeringsartsen bestudeerd. Deze concludeerden dat de biochemische afwijkingen in de schildklierfunctie niet leidden tot functionele beperkingen die het werk onmogelijk maakten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel volledig. Er was geen reden om het besluit te herzien of proceskosten toe te kennen. De uitspraak bevestigt dat biochemische afwijkingen zonder functionele stoornissen onvoldoende zijn voor het toekennen van ziekengeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld wegens herstel en afwezigheid van functionele belemmeringen.