ECLI:NL:CRVB:2007:BB3035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken onafgebroken 52 weken arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, vroeg een WAO-uitkering aan na ziekmelding met rugklachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. De rechtbank oordeelde dat appellante vanaf 29 juni 2001 tot 15 april 2002 arbeidsongeschikt was, maar dat zij zich niet binnen vier weken na 15 april 2002 opnieuw ziek had gemeld, waardoor de vereiste onafgebroken periode niet was voldaan.
Appellante beriep zich op rapportages van Instituut Psychosofia, waarin via niet-reguliere medische methoden arbeidsbeperkingen werden vastgesteld. De rechtbank en de Raad stelden echter dat voor WAO-relevante arbeidsbeperkingen een reguliere medische vaststelling vereist is, waardoor deze rapportages onvoldoende waarde hadden.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en zag geen reden tot een ander besluit. Er was geen sprake van toegenomen gezondheidsklachten binnen vier weken na 15 april 2002 die een voortzetting van arbeidsongeschiktheid zouden rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.