ECLI:NL:CRVB:2007:BB3054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen en functiegeschiktheid
Appellante, voormalig bejaardenverzorgende, kreeg sinds 1992 een WAO-uitkering wegens chronische lage rugklachten. Na een herbeoordeling in 2002 concludeerde een verzekeringsarts dat zij lichtere werkzaamheden kon verrichten onder goede ergonomische omstandigheden, wat leidde tot een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Op basis van deze FML selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies waarmee appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Het Uwv trok daarop haar WAO-uitkering per 21 december 2003 in. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de beperkingen onjuist waren vastgesteld, onderbouwd met een rapport van medisch adviseur Schakel die meer beperkingen aannam en de geselecteerde functies grotendeels ongeschikt achtte.
De Raad vond echter onvoldoende aanknopingspunten in het rapport van Schakel om de FML aan te passen en oordeelde dat alleen de functie kassamedewerker niet voldeed aan de FML-voorwaarden. Omdat voldoende andere functies geschikt waren, bleef de arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd. De Raad bevestigde het besluit van het Uwv en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante per 21 december 2003 wordt bevestigd.