ECLI:NL:CRVB:2007:BB3183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage over eerste kwartaal 2004
Appellant verzocht kinderbijslag voor zijn drie in Egypte verblijvende kinderen over het eerste kwartaal van 2004. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat appellant niet kon aantonen dat hij de kinderen voldoende had onderhouden, hetgeen volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) vereist is.
Appellant overhandigde bewijs van een betaling van € 730,50 aan zijn echtgenote in Egypte, maar dit bedrag voldeed niet aan de minimale onderhoudsbijdrage van € 386 per kind per kwartaal. De Svb handhaafde de weigering na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de Svb een toezegging had gedaan waardoor het vertrouwensbeginsel van toepassing zou zijn. De Raad oordeelde echter dat geen sprake was van een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging die gerechtvaardigde verwachtingen wekte. De brief van de Svb van 23 februari 2004 maakte duidelijk dat de bijdrage onvoldoende was.
De Raad bevestigde daarom het besluit van de Svb en wees een vergoeding van proceskosten af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage.