ECLI:NL:CRVB:2007:BB3274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, geboren in 1959, was cateringmedewerker en viel in oktober 2001 uit wegens overbelasting van haar linker schouder en arm, met daarnaast psychische klachten. Na een wachttijd werd haar vanaf oktober 2002 een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling bleek haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15%, waarop het UWV besloot haar uitkering per 27 juli 2004 in te trekken.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV handhaafde de intrekking. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen een nader besluit van het UWV ongegrond, omdat de medische conclusies zorgvuldig waren en appellante haar stellingen onvoldoende onderbouwde.
In hoger beroep verzocht appellante om inschakeling van een deskundige, maar de Raad vond dit niet nodig. De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de geschiktheid van appellante voor de functies waarop de schatting was gebaseerd voldoende was aangetoond. Het door appellante ingebrachte reïntegratieverslag werd niet doorslaggevend geacht. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.