ECLI:NL:CRVB:2007:BB3283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toekenning hogere WAO-uitkering met proceskostenvergoeding
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een UWV-besluit waarbij hem een WAO-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Na hoger beroep nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij appellant alsnog werd erkend als 80 tot 100% arbeidsongeschikt vanaf 14 augustus 2003.
Ondanks deze tegemoetkoming trok appellant het hoger beroep niet in en verzocht om vergoeding van proceskosten, waaronder reiskosten voor het bijwonen van de zitting. Het UWV stemde in met vergoeding van proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en wettelijke rente, maar weigerde de reiskosten te vergoeden vanwege gebrek aan bewijs.
De Raad oordeelde dat appellant belang behield bij vernietiging van de eerdere uitspraak en het bestreden besluit. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, maar wees de gevorderde reiskosten af wegens ontbreken van bewijs.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat het UWV het betaalde griffierecht vergoedt. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente en proceskosten van in totaal €966,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.