ECLI:NL:CRVB:2007:BB3284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling en intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, geboren in 1958, was sinds 1998 arbeidsongeschikt wegens rug- en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2002 concludeerden medische en arbeidsdeskundige rapporten dat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waarop de WAO-uitkering werd ingetrokken.
Betrokkene stelde in beroep dat niet alle klachten en beperkingen waren meegewogen, waaronder benauwdheids- en maagklachten, en dat de uitlooptermijn niet juist was toegepast. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende rekening had gehouden met psychische klachten en vernietigde het besluit, waarna appellant in hoger beroep het standpunt inzake psychische klachten bestreed.
De Raad benoemde een onafhankelijke zenuwarts die concludeerde dat er geen psychiatrische of neurologische beperkingen waren. De Raad achtte het onderzoek zorgvuldig en volgde het oordeel van de deskundige. De arbeidskundige motivering voor de geschiktheid van functies werd als voldoende beoordeeld. Hoewel het bestreden besluit pas in hoger beroep een deugdelijke motivering kreeg, kon de rechtsgevolgen van het besluit worden gehandhaafd. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand, maar het besluit wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering, met een veroordeling in proceskosten.