ECLI:NL:CRVB:2007:BB3332
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken machtiging en belanghebbendheid
In deze zaak heeft appellant namens betrokkene hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 15 oktober 2004. Na terugtrekking van de oorspronkelijke gemachtigde en wisseling van advocaat, is gebleken dat de huidige gemachtigde niet meer op het opgegeven adres bereikbaar is en niet langer als advocaat optreedt, maar wel als gemachtigde de zaak behartigt.
De Raad heeft appellant verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen conform artikel 8:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), welke termijn ongebruikt is verstreken. Een tweede termijn van vier weken is gesteld bij aangetekende brief, met de waarschuwing dat overschrijding kan leiden tot niet-ontvankelijkheid. Ook deze termijn is voorbijgegaan zonder dat de machtiging is ingediend.
De Raad oordeelt dat appellant geacht moet worden voor zichzelf hoger beroep te hebben ingesteld, maar dat appellant geen belanghebbende is bij het besluit, zoals vereist op grond van artikel 1:2 Awb Pro en artikel 18 Beroepswet Pro. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 28 augustus 2007, waarbij tevens is gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van het afschrift van de uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van machtiging en belanghebbendheid.